THE POVERTY
PEEPSHOW

De afgelopen tijd dook Annechien de Vocht, regisseur en artistiek leider van YoungGangsters, ter voorbereiding van het nieuwe theaterspektakel The Poverty Peepshow in de wereld van de ‘Poverty Porn’.

Wat is dat eigenlijk, Poverty Porn?
Annechien: ‘Onze nieuwe voorstelling gaat over de beeldvorming rondom armoede. De titel ‘The Poverty Peepshow’ refereert aan televisieprogramma’s waarin armoede eenduidig en stereotyperend in beeld wordt gebracht. Ze spelen, in mijn ogen zeer onethisch, in op de voyeuristische behoefte van de kijker door het tentoonstellen van armoede. Deze programma’s worden ook wel ‘Poverty Porn’ genoemd omdat ze niet ingaan op de brede maatschappelijk aspecten van armoede maar zich richten op de individuele problematiek van mensen die in armoede zijn geraakt, en hun persoonlijke drama’s en leed breed uitmeten. Met onze Poverty Peepshow maken we gebruik van hetzelfde mechanisme; het uitventen van de aantrekkingskracht van armoede.’

‘De grondlegger van het genre is “De Tokkies”, een SBS6 programma waarin een gezin in armoede gevolgd werd. Sindsdien is dit genre niet meer weg te denken van de televisie en zijn er, met name door de commerciële omroepen tientallen soortgelijke televisieprogramma’s gemaakt; Een dubbeltje op z’n kant, Steenrijk straatarm, Uitstel van executie, The Amsterdam Project, De andere kant van Nederland, het zijn er te veel om op te noemen.’

‘De programma’s hebben allemaal net een andere insteek, maar allemaal versterken ze de clichébeelden die er over armoede bestaan. Door de cameravoering, de keuzes van de shots, de montage en de muziek word je als kijker daarin gestuurd. Als je je er bewust van bent hoezeer de beeldvorming in elk aspect gevoed wordt, ontdek je steeds nieuwe dingen. Bijvoorbeeld dat onder beelden van rijke mensen vaak klassieke muziek wordt gezet, terwijl dat bij de arme mensen volksmuziek is.’

‘Je ziet in de huizen van arme bewoners ook altijd shots van de asbak, een pakje shag of sigarettenhulzen. Huisdieren en de aanwezige breedbeeldtelevisie worden altijd nadrukkelijk in beeld gebracht. En natuurlijk de stapel ongeopende post. Alsof de programmamakers willen zeggen: ‘Kijk wat deze mensen doen en vel je oordeel.’ En het oordeel wat dat oproept is: deze mensen kunnen niet met geld omgaan want ze roken. Want ze geven geld uit aan huisdieren. Want ze hebben een breedbeeldtelevisie gekocht. En ze eten ongezond. Ze zitten de hele dag op de bank tv te kijken. En dat ze in de problemen zijn geraakt is hun eigen schuld, want ze maken hun enveloppen niet open. Kijk maar.’

Je startte afgelopen december met je vooronderzoek. Hoe heb je dat aangepakt?
‘Ik heb me ingelezen, gesprekken gevoerd met diverse mensen die met deze thematiek te maken hebben; een deurwaarder, politicus, hulpverlener, verschillende mensen die in armoede leven of geleefd hebben, een organisatie die zich bezighoudt met de beeldvorming van armoede, etcetera. Dramaturg Marijn van der Jagt en twee van de acteurs; Barry Emond en Rutger Remkes waren ook vaak bij deze gesprekken. En we hebben natuurlijk heel veel films, televisieprogramma’s en documentaires gekeken.’

Kreeg je een ander beeld van armoede door de gesprekken?
‘Niet een ander beeld, maar de gesprekken maakten het wel specifieker en meer invoelbaar. Invoelbaar hoe ongelofelijk zwaar het is om in armoede te leven en hoe dat je hele bestaan ontwricht. Hoe het je eigen wezen aantast, en verandert. Een voorbeeld daarvan is de constante staat van dankbaarheid waarin je gaat verkeren. Niet alleen omdat je dat ook vaak bent, dankbaar voor de hulp die je geboden wordt. Maar ook omdat dat van je verwacht wordt. Dankbaar voor alles wat je krijgt, ook als je er niks aan hebt of niet op zit te wachten. Dankbaar voor gekregen potten pindakaas, ook al hou je niet van pindakaas. Dankbaar voor gratis vervoerskaartjes, ook al zijn ze maar heel kort geldig en hoef je helemaal niet met de trein. Armoede gaat gepaard met een soort onderdanigheid, die ook zit in de ongelijkheid tussen de hulpverleners en de hulpbehoevenden die van hun afhankelijk zijn. Die onderdanigheid is niet gezond voor een mens.

Armoede is een verborgen problematiek, waar veel schaamte omheen hangt. Als de media mensen in armoede wegzetten als losers die hun problemen zelf hebben veroorzaakt, wordt de schaamte nog groter. Want niet alleen buitenstaanders gaan in die beeldvorming geloven, maar ook de mensen zelf. Armoede is een van de grootste taboes van deze tijd.’

Hoe ga je dat vertalen naar het theater?
‘Het idee is dat we inspelen op het verlangen naar voyeurisme bij het publiek. Daarom noemen we de voorstelling ook een peepshow. Het publiek mag meedoen aan een live huisuitzetting. Samen breken we de deur open. Een groot spektakel. Als publiek mag je dichterbij de armoede komen dan op televisie, want je kunt het ook ruiken en voelen en beleven, in een soort pretparkattractie. Maar dan laten we de keerzijde zien van het eenzijdige beeld van armoede dat we hebben opgeroepen, en maken we het publiek bewust van hun eigen aandeel in het spektakel.’

Je wordt dus medeplichtig gemaakt?
‘Ja, je bent medeplichtig, zoals wij allemaal medeplichtig zijn omdat we deel uit maken van het systeem. Dat is ook niet per se slecht. Je bent geen slecht mens als je nieuwsgierig bent naar armoede, als je geniet van ‘Een dubbeltje op zijn kant”. Blijkbaar voedt dit een behoefte van de mens om naar ellende te kijken. Dat heeft ook een waarde. Het maakt je bijvoorbeeld bewust van de keuzes die je in je leven kan maken, het waarschuwt je en zet je op scherp. Maar het schept ook afstand. Als tv-kijker kan je opgelucht zijn dat je zelf niet in zo’n situatie zit, en denken dat dit jouw eigen verdienste is. Terwijl iedereen onderdeel is van een samenleving die armoede in stand houdt. In de voorstelling willen we het voyeuristische verlangen honoreren, maar het tegelijkertijd bevragen en er een alternatief tegenover zetten.

De première is tijdens Over het IJ Festival in juli hopelijk?
‘Ja we hebben goede hoop dat we de voorstelling dan werkelijk kunnen spelen. Voor publiek dus. We maken de voorstelling natuurlijk volgens de richtlijnen, zo corona-proof mogelijk; we houden rekening met 1,5 meter afstand, looplijnen etc. We hopen natuurlijk vurig dat het festival door gaat en dat we straks eindelijk weer voor publiek kunnen spelen.’

Michael Bijnens schrijft de tekst. Hoe werk je met hem samen?
‘Ik heb Michael gevraagd omdat hij een prachtig boek heeft geschreven over zijn jeugd als zoon van een Antwerpse prostituee. Armoede is één van zijn thema’s, hij heeft ook een toneelmonoloog geschreven over armoede in de Braziliaanse favela’s. Michael is op basis van mijn concept nu teksten aan het schrijven, met de gedachte dat er ook een deel geïmproviseerd gaat worden samen met de spelers. De tekst wordt dus een combinatie van zijn teksten en op de vloer gecreëerd materiaal, wat hij dan misschien weer gaat herschrijven of stilistisch mooier gaat maken. Het is voor het eerst dat ik op deze manier met een schrijver werk. Dat is spannend, maar ik ben blij dat ik dit met Michael ga doen. Het is gevoelige materie, en ik denk dat zijn taal en zijn levenservaring meer nuance en scherpte aan de voorstelling gaan geven.’

Wie zijn de acteurs?
‘Barry Emond, Rutger Remkes, Linda Lugtenborg en Susannah Elmecky.’

En wordt er nog een beetje gevochten?
‘Uiteraard.’

Annechien de Vocht (foto: Janita Sassen)